zaterdag 2 maart 2019

Eindelijk verse sneeuw

Voor ik vertrok grapte een vriend nog : "wij vertrekken 2 weken later, laat nog wat sneeuw over". Het dooiweer houdt eindelijk op, sinds gisteravond zijn er af en toe sneeuwbuitjes.
Pas de l'Aiguile - Combau. We lopen tot de middag in een onwaarschijnlijk landschap waarin de toppen zweven boven een mistlaag in de vallei. Grand Veymont en Mont Aiguille vlakbij, Taillefer, Dévoluy en Belledonne aan de overkant, Aravis en Mont Blanc in de verte. Uiteraard doen we een omweg langs de plaatselijke panoramaberg, de Tête Chevallière.
Bij de afdaling is er uiteindelijk geen ontkomen aan : mist en motregen zijn ook ons deel.












Een busrit door de canyonlands ten zuiden van de Vercors brengt ons in Die. Een leuk stadje met een vrij intakte stadsmuur uit de Romeinse tijd. De veel imposantere muur van de Vercors is in Die steeds prominent aanwezig aan de horizon.






vrijdag 1 maart 2019

De grote Doorsteek

Col de Rousset - Pas de l'Aiguille. Na 6 dagen warm en zonnig trekt de lucht voor het eerst toe. We stappen stevig door en komen net voor het begin van de verse sneeuw toe in onze hut. Op de Pas de l'Aiguille zijn er twee. Wij gaan voor de meest luxueuze (zelf koken, zelf water halen 200 m verderop, ... maar er zijn toch matrassen en dekens en een enorme houtvoorraad wat de andere niet heeft).
De hut waar we overnachten, de Bergerie de Chaumailloux, is ondanks zijn ruige en spartaanse aanpak, de meest luxueuze van de hele Vercors. Bewaakte berghutten zijn er hier niet. De norm zijn de kleine onbewaakte hutjes waar je zelf je hout meebrengt voor de stoof en op een houten verhoogje of op de slaapzolder je eigen matje en slaapzak kan uitrollen.
Dit is het ruigste stuk van de Vercors. Genieten! We komen bijna niemand tegen. Op het einde van de etappe zien we onze eerste steenbokken, twee jongsters.
De avond is echt gezellig. Zalig om met een groep op te trekken waar iedereen wil meehelpen. Zalig om met een groep op te trekken waar twee glazen wijn het maximum is en de gesprekken dus fijn bleven de hele avond. Zalig om met een tiental bergliefhebbers van alle mogelijke achtergrond dit te delen.

Pas des Econdu. Sneeuwvrij ondertussen.


Pas de Chabrinel. Dichtbij Dent de Die en Plautret. Verderop Salaure.
Steenbokje bij Pas de l'Aiguille

donderdag 28 februari 2019

Veel te warm.

Vassieux - Col de Rousset via Cironne. Het eerste deel is een rustige klim naar de klifrand aan de zuidzijde van de Vercors. We delen het bos hier niet met langlaufers maar met sleehonden. Hier is er nog net genoeg sneeuw om het aangenaam te houden. Had ik al gezegd dat het veel te warm is voor de tijd van het jaar? 's Middags lopen we hier in T-shirt. De sneeuwgrens schuift iedere dag zo'n 50 m hoger. 

Op het tweede deel van de tocht volgen we de klifrand. Daar valt altijd minder sneeuw (of juister, veel van de sneeuw die daar valt, wordt snel weer meegenomen door de wind) en lopen we dus op de rotsen of in het gras. Het uitzicht is minder scherp dan gisteren, maar het blijft genieten. 

Over de middag hebben we eindelijk ons eerste contact met grote beesten: een vijftal gieren vlogen over. Meestal maken we met onze raquettes veel te veel lawaai op de korstige voorjaarssneeuw om reeën en gemzen en zo te kunnen betrappen (de sporen zien we wel).

woensdag 27 februari 2019

Licht en donker

Font d'Urle - Vassieux. Via Puy de la Gavère. Op de kam die de zuidwest rand van de Vercors vormt: het helderste licht dat je je kan voorstellen. De Mont Ventoux in het zuiden en de oostrand van het Massif Central, met de Cévennes en Mont Pilat, die allemaal meer dan 100 km verderop liggen, zijn helder zichtbaar. De Alpen blijven uit het zicht, verborgen achter de Grand Veymont en zijn buren.
Het contrast met een paar ondergrondse zijsprongen kon niet groter zijn. Glacières, waar de sneeuw tot lang in de zomer blijft liggen. En het museum van de Résistance, dat erg toepasselijk ondergronds gebouwd is. Zware kost, die in de groep nog een paar uur zeer interessante discussies oplevert.






Overnachting in Pot Grayon, in een Gîte die vooral mikt op ruiters en waar we stevig in western-sfeer ondergedompeld worden. 

dinsdag 26 februari 2019

Kerk en Koning

Herbouilly - La Chapelle. Gisteren was het vooral een tocht door de bossen, vandaag waren het de open ruimtes die de sfeer bepaalden. 

De besneeuwde vlakte (wat heet "vlak") van Darbounouse er Pot de Play in de voormiddag, de veel lager gelegen vlakte van La Chapelle en Vercors waar de lente met de eerste bloemen en vlinders doorbreekt, in de namiddag. 

De kern van la Chapelle is merkwaardig harmonieus, met brede straten en alle gevels op dezelfde manier netjes afgewerkt. Het hele centrum (behalve de kerk en school waar het dorp was bijeengedreven) was immers platgebrand door de Duitsers bij het neerslaan van de opstand van 1944; alles is daarna in één keer herbouwd. Ik bezoek er ook de koer van de gefusilleerden en de ruïnes van de middeleeuwse burcht. Rond de burcht ontstond het eerste dorp. Na verloop van tijd ontstond op de vlakte aan de voet van de burchtheuvel, 500 m verder, een tweede dorp en daar kwam ook de kapel. De twee kernen kregen de logische namen "kapel" en "kasteel". En toen de koning geen interesse meer had en dat verouderd prutsburchtje tot ruïne liet vervallen werd la Chapelle op de duur de naam voor het hele dorp. 

maandag 25 februari 2019

Terrasjes doen

Deze middag sloot ik aan bij de groepsreis. Afspraak in Corrençon

Ik ging er heen via de Pas de l'Ane. Dat was op het eerste zicht de enige manier om weg te blijven van de geprepareerde boulevards van de langlaufers. Rond de pas was het ruig met lastig spoorwerk. Maar bij de afdaling werd het steeds drukker. Raquettes waren overbodig en om niet te vroeg aan te komen werd er een pauze ingelast in Clariant. Het eerste terrasje, met machtig zicht op de Moucherolle en andere pieken. En om te zien wat voor trucjes er nog zijn om met peuters te bergen in te trekken (pulka, skiën tussen de benen van papa, rugzak,...)

Na even wachten op een ander terras was de groep bijeen. De megapicknick was gelukkig gewoon in de natuur. 

Terug naar Auberge de Roybon langs een andere col, de Pas de la Sambue. En ja, met een lokale gids kom je op speciale plekjes. Vandaag : scialets, de grote putten die vaak de ingang van een grot vormen. Een typisch Vercors woord.  

zondag 24 februari 2019

Vercors 1944 - je kan er niet omheen

Lans - Herbouilly. De tocht had drie duidelijke delen.
Eerste deel: ik had me laten verleiden door de kleurrijke beschrijving door de eigenaar van de B&B. Die Sentier Gobert, met zijn prachtige uitzichten, gemzen, wolfsporen... Wild en nauwelijks bezoek... Dus ook nauwelijks gespoord. Na een paar lastige stukjes ben ik er wijselijk uitgestapt. Wat nog zou komen zou veel te gevaarlijk en tijdrovend zijn.




Deel twee was de onvermijdelijke confrontatie met het verzet in 1944. Direct na de landing in Normandië verklaarde het Verzet de Vercors als bevrijd gebied. Dat werkte een aantal weken tot de Duitse troepen een serieuze aanval opzetten. De paar duizend verzetsstrijders, deels ex-militair maar grotendeels bevlogen jonge gasten, met veel te weinig wapens en zonder echte steun van de Amerikaanse of Britse troepen, hadden geen schijn van kans tegen het Duitse leger en de fascistische Franse milities.
Ik volg de weg van Villard naar Valchevrière, die bij de finale Duitse aanval de frontlijn was, hoog boven de gorges de Bourne. De monumentjes vormen hier een Kruisweg. Een poging van katholiek Frankrijk (dat de collaboratie steunde) om het terug goed te maken? Valchevrière is een van de dorpjes die platgebrand werden als represaille. Het is nooit hersteld maar de ruïnes worden beheerd als monument.


Met al die omwegjes was er wel wat vertraging. De laatste 8 km waren dus flink doorstappen om voor donker en avondmaal aan te komen in de Auberge de Roybon. Raquettes op de rugzak en kiezen voor de aangestampte sneeuw van de langlaufpistes bleek de beste formule voor deel drie.

Als monument bewaard : ruïne van Ferme d'Herbouilly